1. Ongewenst gedrag bespreekbaar maken

Het is belangrijk dat mensen die zich inzetten in vrijwilligersorganisaties begrijpen dat kinderen, jongeren en mensen met verstandelijke beperking kwetsbaar zijn. Door in de organisatie te gaan praten over ongewenst seksueel gedrag kun je er al voor zorgen dat het veiliger wordt. Daders weten dat nogal wat vrijwilligersorganisaties weinig weten over dit onderwerp. Daar maken ze gebruik van. Met een paar eenvoudige stappen is al veel leed te voorkomen.

Iedereen die betrokken is bij een vrijwilligersorganisatie wil dat het veilig is voor kinderen en mensen met een verstandelijke beperking. Bijna iedereen, want helaas gaat het wel eens mis. Dat kan kwade opzet zijn, maar dat hoeft niet. Bekijk deze gefilmde situaties maar eens. Juist daarom is het zo belangrijk om ervoor te zorgen dat het onderwerp seksueel misbruik/seksueel ongewenst gedrag op de agenda komt. Je kunt namelijk heel veel doen om ervoor te zorgen dat jouw organisatie zo veilig mogelijk is. En vergeet niet: ouders vertrouwen de organisatie en dat geldt ook voor de familie van mensen met een verstandelijke beperking. Ze gaan ervan uit dat de zaken goed geregeld zijn. Daarom is het belangrijk dat iedereen die zich inzet, begrijpt waarom het goed is om over dit onderwerp te praten. Dus zet als bestuur het onderwerp minstens één keer per jaar op de agenda. Vertel bijvoorbeeld tijdens een algemene ledenvergadering wat jullie doen op dit gebied. Het is best mogelijk dat er wat weerstand komt. Dat is begrijpelijk. Om je daarmee te helpen hebben de belangrijkste argumenten onder elkaar gezet in de werkvorm Omgaan met weerstand. Door steeds opnieuw aandacht te geven aan het voorkomen van seksueel ongewenst gedrag en misbruik, verklein je de kans dat het gebeurt.

1.B Pak het samen aan

 
    

Als bestuur ben je verantwoordelijk voor goed beleid. Je bent aansprakelijk voor wat er gebeurt binnen je vrijwilligersorganisatie en tijdens de activiteiten. Je bent ook verantwoordelijk voor de medewerkers die binnen de organisatie werken, betaald of onbetaald, ook als iemand kinderen thuis ontvangt of meeneemt naar activiteiten buiten de vereniging. Wanneer je zorgt voor goed beleid, kunnen ouders en anderen je niet verwijten dat er nooit over is nagedacht, mocht het onverhoopt toch een keer misgaan. Misbruik kun je niet voor 100% voorkomen, maar je kunt de kans dat het gebeurt wel zo klein mogelijk maken. Daar zullen alle betrokkenen blij mee zijn.

Openheid

Als er openheid is, kan er in je organisatie gepraat worden over dit onderwerp. Juist door  open over te zijn over hoe je met elkaar omgaat, voorkom je misverstanden en geheimen. Bovendien maak je het makkelijker om te praten over seksueel ongewenst gedrag en seksueel misbruik. Openheid helpt kinderen, jongeren, mensen met een verstandelijke beperking en begeleiders om hun grenzen aan te geven. De eerste stap voor die openheid kun zelf eenvoudig doen: zet het onderwerp seksueel misbruik op de agenda. Veel vragen die op het bestuur kunnen afkomen hebben we al voor je beantwoord. Om samen te bepalen waarmee je zou moeten beginnen kun je werkvorm prioriteiten bepalen doen

Op de agenda

Je kunt dit onderwerp op de agenda zetten:

  • in het bestuur;
  • tijdens een thema-avond met vrijwilligers;
  • tijdens de Algemene Ledenvergadering;
  • tijdens een themabijeenkomst voor ouders, kinderen/jongeren en andere betrokkenen.

Seksueel ongewenst gedrag kun je herkennen. Zowel bij de pleger als bij het slachtoffer. Een duidelijke verandering in het gedrag bij een kind of iemand met een verstandelijk beperking kan een teken zijn dat er iets aan de hand is. Als diegene bijvoorbeeld ineens geen zin meer heeft in de activiteiten. Daar kunnen vervelende ervaringen achter zitten, maar dat hoeft niet. Soms vertellen kinderen zelf dat er iets gebeurt dat ze niet prettig vinden. Andere kinderen krijgen bijvoorbeeld lichamelijke klachten zoals  buikpijn, slaapproblemen en onverklaarbare angsten. Neem dit serieus. Vraag ernaar bij de ouders en vertel het aan de vertrouwenspersoon.

Ook de pleger vertoont gedrag dat je mogelijk kunt herkennen. Bijvoorbeeld door zich af te zonderen met een kind. Door hem of haar erg veel aandacht te geven. Een pleger zal misschien erg vaak willen invallen of andere vrijwilligers naar huis sturen ('ik red het wel alleen'). Misschien heeft een mogelijke pleger het vaak over onderwerpen die met seks te maken hebben.

Belangrijk is in ieder geval om naar je intuïtie te luisteren. Je voelt al snel of er bijvoorbeeld een gespannen sfeer is wanner een bepaald vrijwilliger werkt. Of je ziet dat een kind zich niet helemaal prettig voelt. Heb je zulke twijfels, spreek die dan uit. Overleg met de vertrouwenspersoon van je organisatie hierover. Samen kun je dan kijken wat de beste aanpak is. De werkvorm intimiteit helpt je om samen met anderen in je organisatie te ontdekken waar de grenzen liggen.